Over Bianca
Ik kom uit Groningen en ik woon al weer een tijdje in Rotterdam. Ik ben schrijver en dichter. Ik woon samen met mijn man, onze dochter en onze hond in Crooswijk. Ik schrijf aan mijn vijfde boek. Dat gaat soms snel, soms langzaam, soms goed, soms minder, maar het is altijd boeiend. Ik zou niets liever willen dan dit.
Ik ben nu twintig jaar schrijver en dichter, ik schreef tot nu toe een verhalenbundel, twee dichtbundels en een roman. Ik ben geen snelle schrijver, wel een grondige.
Ik denk altijd in beelden, niet alleen in mijn poëzie maar ook in mijn verhalen. Door krachtige beelden tegenover elkaar te zetten, of naast elkaar, ontstaat in het hoofd van de lezer een bruggetje. Zo maakt de lezer zelf betekenis.
Taal is wat we hebben om met iemand anders te communiceren. In Vaste grond beschrijf ik het langzaam verliezen van mijn moeder aan Alzheimer. Mijn moeder is gestopt met praten, ze gebruikt alleen nog lichaamstaal en ook dat probeer ik te verstaan.
Taal is vaak onbeholpen en ontoereikend maar we zoeken nou eenmaal verbinding met anderen en dit is wat we hebben. Met een gedicht heb je voor mijn gevoel meer ruimte in taal, je kunt iets zeggen met een gedicht en iets anders met een hele bundel. Met mijn complete bundel heb ik geprobeerd mezelf te troosten. Net zoals ik in mijn roman Draaidagen het hele boek nodig heb om een complex verhaal te vertellen over de liefde van een kleindochter voor haar getraumatiseerde oma.
Een gedicht of verhaal moet grond onder de voeten hebben, ik geef mijn personages vaak een letterlijke plek om te staan. Met die letterlijke plek geef ik mijn lezers wat ik zelf zou willen hebben: houvast. Ik doe dat ook in mijn kunst, een getekend beeld tegenover geschreven beeld zetten.
Toen ik beter begon te schrijven dacht ik lang dat ik alles kon zeggen met woorden, ik had geen letterlijk beeld meer nodig, vond ik, maar een paar jaar terug herontdekte ik tekenen. Ik ging etsen, houtsneden maken en aquarelleren en ik borduur daar soms weer overheen. Zo ontstaat voor mij nieuw geluk.
Pas de laatste jaren noem ik mezelf kunstenaar. Ik heb mijn kunst, mijn liefde voor tekenen en kliederen met waterverf teruggevonden. Toen ik er na de kunstacademie meer en meer achter kwam hoe ik de wereld met woorden kan vangen, viel de noodzaak om te tekenen weg. Ik heb het jaren niet gedaan. De laatste paar jaar is er in mij een drang, een innerlijke jeuk om niet alleen te schrijven maar ook zelf beeld te maken en die twee te combineren.